Incidentenscenario’s & Code’s

12 juni 2011

GRIP 0 (Routine)

Na melding van een incident rukken in eerste instantie de parate diensten uit. Eenheden van brandweer, politie ambulances (GHOR) en soms ook gemeentelijke eenheden werken mee bij de bestrijding en/of hulpverlening. Dit gebeurt dagelijks. Overleg vindt plaats door motorkapoverleg (MKO), waar bevelvoerder brandweer, verpleegkundige eerste ambulance en de leidinggevend politiefunctionaris deel aan nemen.

GRIP 1 (Bronproblemen)

Als de aard van het incident (meer personeel en materieel; grote complexiteit) meer gestructureerde coördinatie vereist, zal worden opgeschaald. Het Coördinatie Team Plaats Incident (CTPI) wordt geformeerd. De burgemeester, Regionaal Commandant van Dienst (brandweer), de RGF en de Districtschef (politie) worden geïnformeerd.

GRIP 2 (Bron- en effectproblemen, uitstraling naar de omgeving)

Ook na deze eerst opschaling kan blijken, dat het incident niet efficiënt genoeg kan worden bestreden. Dit kan verschillende redenen hebben. Eén van de organisaties wil bijvoorbeeld eenhoofdige leiding of er is sprake van een effectgebied (bijvoorbeeld een rookgaswolk of mogelijk schadelijke stoffen). Bij opschaling naar GRIP 2 veranderen er twee essentiële aspecten: Er is één leidinggevende. Een afgesproken voorzitter geeft leiding aan het Commando Ongevals-/Rampterrein (CORT). Verder komen de vooraf vastgestelde kernbezettingen van het Regionaal Operationeel Team (ROT) en het gemeentelijke Beleidsteam (BT) bijeen, die inschatten wat de mogelijke effecten zijn op operationeel gebied en gaan na wat de consequenties zijn voor de gemeente.

GRIP 3 (Bevolkingszorgproblemen)

De meeste incidenten zullen zich operationeel gezien, beperken tot en met GRIP 2. Er kunnen zicht echter incidenten voordoen die verdere bestuurlijke en operationele opschaling vereisen. Bestuurlijk gezien is er dan sprake van de hoogste paraatheid op gemeentelijk niveau. De voltallige Gemeentelijke Rampen Staf (GRS) komt bijeen. De Commisaris van de Koningin en de minister van BZK worden geïnformeerd. De kernstaf van het Provinciaal Coördinatie Centrum (PCC) en van het Nationaal Coördinatie Centrum (NCC) komen bijeen. Als de sirenes voor waarschuwing van de bevolking worden geactiveerd, wordt GRIP 3 automatisch van kracht.

GRIP 4 (Meerdere gemeenten, bevolkingsproblemen, schaarste)

Tot en met GRIP 3 is er sprake van een incident, dat zich beperkt tot één gemeente. Overschrijdt het incident de gemeentegrens, dan zal er verder worden opgeschaald. Deze opschaling vindt alleen op bestuurlijk niveau plaats.

Schiphol incidentscenario’s

VOS: Vliegtuig Ongeval Schiphol.

  • VOS-1 – ‘PanPan call’ (klein probleem aan boord)
  • VOS-2 – ‘MayDay call’ (verwacht incident, toestel met minder dan 50 personen)
  • VOS-3 – ‘MayDay call’ (verwacht incident, toestel met 50 tot 250 personen)
  • VOS-4 – ‘MayDay call’ (verwacht incident, toestel met meer dan 250 personen)
  • VOS-5 – Daadwerkelijk incident, toestel met minder dan 50 personen
  • VOS-6 – Daadwerkelijk incident, toestel met 50 tot 250 personen
  • VOS-7 – Daadwerkelijk incident, toestel met meer dan 250 personen

Trein incidentscenario’s

TIS: Treinincidentscenario’s

  • TIS 1: Verstoring treindienst
  • TIS 2: Brand
  • TIS 3: Aanrijding of ontsporing
  • TIS 4: Gevaarlijke stoffen
  • TIS 5: Bommelding

Elke hoofdgroep is onderverdeeld in 4 subgroepen, oplopend van de kleinste omvang (1) naar de meest complexe situatie (4).

TIS 1

TIS 1 betreft vrijwel altijd een bedrijfsmatige onderbreking voor de spoorwegen. In veruit de meeste gevallen is de inzet van hulpdiensten niet noodzakelijk. Als deze verstoring het gevolg is van een ander incident (bijvoorbeeld een aanrijding waarbij de bovenleiding wordt beschadigd), worden de hulpdiensten gealarmeerd op basis van het TIS scenario dat bij dat andere incident hoort.

  • TIS 1.1: een storing waarbij vertragingen ontstaan van tussen 5 en 30 minuten.
  • TIS 1.2: een storing waarbij vertragingen ontstaan van meer dan 30 minuten.
  • TIS 1.3: totale versperring.
  • TIS 1.4: totale versperring met uitstraling naar een groot gedeelte van het land.

TIS 2

Bij TIS 2 gaat het om scenario’s waarbij sprake is van brand.

  • TIS 2.1: een bermbrand.
  • TIS 2.2: een kleine brand in een station.
  • TIS 2.3: een grote brand in een trein.
  • TIS 2.4: een grote brand in een station of tunnel.

TIS 3

TIS 3 beschrijft scenario’s voor aanrijdingen en botsingen waarbij slachtoffers betrokken zijn, variërend van een aanrijding met één klein voertuig tot een zeer ernstige aanrijding waarbij meerdere slachtoffers betrokken zijn en de trein of delen daarvan ernstig beschadigd zijn.

  • TIS 3.1: aanrijding trein met een persoon, fiets, bromfiets of ander klein voorwerp.
  • TIS 3.2: aanrijding trein met rangeerdeel of klein wegvoertuig (bestelbus en dergelijke).
  • TIS 3.3: ontsporing met slachtoffers of aanrijding tussen een trein met een andere trein of een groot wegvoertuig (bus of vrachtauto) waardoor wagenstellen niet vervormd, gekanteld of gestapeld zijn.
  • TIS 3.4: ontsporing met slachtoffers of aanrijding tussen een trein met een andere trein, een groot wegvoertuig of object waardoor wagenstellen vervormd, gekanteld of gestapeld zijn.

TIS 4

TIS 4 is gereserveerd voor de gevaarlijke stoffen.

  • TIS 4.1: een klein ongeval met gevaarlijke stoffen, zoals een druppelende afsluiter of blazende veiligheid.
  • TIS 4.2: een brand waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
  • TIS 4.3: een ontsnapping van een gevaarlijke stof waarbij de effecten beperkt blijven tot het brongebied.
  • TIS 4.4: een ongeval met gevaarlijke stoffen waarbij duidelijk sprake is van een effectgebied.

TIS 5

Met TIS 5 worden de scenario’s beschreven waarin sprake is van bommelding, bomvinding of bom.

  • TIS 5.1: anonieme bommelding of verdacht gedrag.
  • TIS 5.2: verdacht voorwerp of bomvinding op de vrije baan.
  • TIS 5.3: verdacht voorwerp of bomvinding in trein op station, op station of in tunnel.
  • TIS 5.4: bomexplosie in trein, station of in tunnel.

 

Dares Code’s

Code yyy:
00 = Geen actie
01 = Uitluisteren 80 meterband
02 = Uitluisteren 40 meterband
03 = Uitluisteren 20 meterband
04 = Uitluisteren 2 meterband
05 = Uitluisteren 70 centimerband
06 = Inmelden via de afgesproken procedure
07 = Telefonisch contact DARES Bestuur
08 = Telefonisch contact Veiligheidsregio
09 = Telefonisch contact LMAZ
10 = Email verstuurd
73 = Einde inzet

CAP codes:
01800010: Alarmering bestuur
01800011: Alarmering regio coördinatoren
01800012: Alarmering DARES deelnemers
01800013: Alarmering DARES SILT-team

Regio xx:
01 t/m 25 betekend betreffende veiligheidsregio
00 betekend alle veiligheidsregio’s

Nivo
0 Oefening
1 t/m 4 : Grip aanduiding.
5 t/m 9 : Nog geen betekenis.

Reg

Regio indeling 

  • R01  Groningen
  • R02 Friesland
  • R03 Drenthe
  • R04 IJssel – Vecht
  • R05 Twente
  • R06 Noord- en Oost- Gelderland
  • R07 Gelderland Midden
  • R08 Gelderland Zuid
  • R09 Utrecht
  • R10 Noord Holland Noord
  • R11 Zaanstreek-Waterland
  • R12Kennemerland
  • R13 Amsterdam-Amstelland
  • R14 Gooi- en Vechtstreek
  • R15 Haaglanden
  • R16 Hollands-Midden
  • R17 Rotterdam-Rijnmond
  • R18 Zuid Holland Zuid
  • R19 Zeeland
  • R20 Midden- en West-Brabant
  • R21 Brabant-Noord
  • R22 Zuid Oost Brabant
  • R23 Noord en Midden Limburg
  • R24  Zuid Limburg
  • R25  Flevoland
Geen reacties mogelijk.