DNA helpt politie bij opsporing
DNA speelt een grote rol bij het oplossen van misdrijven. Forensisch onderzoek biedt steeds meer mogelijkheden om de herkomst van biologische sporen te achterhalen. Deze sporen kunnen een belangrijke rol spelen bij de opheldering van diverse soorten misdrijven.
Zo kunnen er huidschilfers worden aangetroffen op kledingstukken van slachtoffers van zedenmisdrijven of bloedsporen op steekwapens die gebruikt zijn bij een mishandeling. Om misdrijven op te lossen is het erg belangrijk dat er een gedegen sporenonderzoek plaatsvindt, bij kleine en grote zaken, zoals bijvoorbeeld bij zedenmisdrijven, woninginbraken en overvallen.
DNA staat voor ‘Deoxyribo Nucleic Acid’. Een DNA-profiel is over het algemeen uniek voor ieder levend organisme. Daarom is DNA heel belangrijk voor het opsporingsproces.
Verplicht DNA afstaan
Sinds 2005 is de Wet ‘DNA-onderzoek bij veroordeelden’ van kracht. Sindsdien moeten mensen verplicht DNA-celmateriaal afstaan wanneer zij veroordeeld zijn voor een misdrijf waarop meer dan vier jaar gevangenisstraf staat. De forensisch rechercheur neemt DNA af en zorgt dat het in de landelijke DNA-databank komt. Het DNA mag vervolgens twintig of dertig jaar bewaard blijven. De precieze bewaartermijn hangt af van de ernst van het feit waarvoor iemand veroordeeld is. De DNA databank maakt het niet alleen makkelijker om daders op te sporen en te vervolgen als er DNA op de plaats delict wordt aangetroffen, maar werkt ook preventief.
Grootschalig DNA-onderzoek
In uitzonderlijke gevallen worden burgers gevraagd om vrijwillig DNA af te staan. Dit wordt ook wel een grootschalig DNA-bevolkingsonderzoek genoemd. Een bevolkingsonderzoek is één van de meest vergaande middelen om daders op te sporen. Hierbij worden burgers die niet verdacht zijn, gevraagd vrijwillig DNA af te staan zodat hun DNA-spoor vergeleken kan worden. Hun DNA wordt alleen vergeleken met het DNA-spoor in dat politieonderzoek. Daarna wordt het DNA-materiaal vernietigd.
Grootschalige DNA-bevolkingsonderzoeken onder niet-verdachten zijn aan voorwaarden gebonden. Er moet sprake zijn van een zeer ernstig misdrijf dat grote maatschappelijke onrust veroorzaakt, het onderzoek moet uitgerechercheerd zijn (er mogen geen open eindjes in het rechercheonderzoek zijn) en het onderzoek mag geen verdachte hebben opgeleverd.
Wekelijks nieuwe DNA-matches
Doordat de wettelijke mogelijkheden de afgelopen jaren fors zijn verruimd kunnen de politie en het Openbaar Ministerie meer misdrijven oplossen. Al het nieuwe DNA-materiaal uit de landelijke databank wordt gecontroleerd met openstaande zaken waarbij DNA is aangetroffen. Dat levert bijna wekelijks nieuwe ‘matches’ op.
Een van de meest spraakmakende DNA-matches in Hollands Midden is die in de zaak Mariëlla de Geus. De moord op de Goudse studente is uiteindelijk jaren na haar overlijden opgelost, omdat de dader DNA-materiaal moest afstaan in een andere zaak. De sporen bleken overeen te komen met sporen die op het lichaam van de studente waren gevonden.
Vinden en veiligstellen
De forensisch rechercheurs van Politie Hollands Midden zijn gespecialiseerd in het vinden en veiligstellen van DNA-sporen. Na een misdrijf zoekt de rechercheur bijvoorbeeld naar sporen zoals speeksel, haren of bloed. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag onderzoekt de DNA-sporen. Na vaststelling van het DNA-profiel vergelijkt het NFI het gevonden spoor met de landelijke databank. Het NFI kijkt dan of een verdachte aan een veiliggesteld DNA-profiel te koppelen is.
(bron: Politie Hollands Midden)
Laatste reacties